ATEX staat voor ATmospheres EXplosives. Onder een explosieve atmosfeer wordt verstaan: een mengsel van brandbare stoffen in de vorm van gassen, dampen, nevels en stof, onder atmosferische omstandigheden, waarin de verbranding zich na ontsteking uitbreidt tot het gehele niet verbrande mengsel.

De ATEX richtlijn is dus van toepassing op alle plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen. Dit kan een gasexplosiegevaarlijke omgeving zijn maar ook een stofexplosiegevaarlijke omgeving. De werkgever moet een explosieveiligheidsdocument opstellen waar ondermeer een identificatie en beoordeling van de explosierisicos in zijn opgenomen.
In de richtlijn 94/9/EG (ATEX 95) is omschreven aan welke essentiƫle veiligheid en gezondheideisen apparaten moeten voldoen wanneer ze gebruikt worden op plaatsen waar een explosieve atmosfeer kan voorkomen.

De richtlijn is onderverdeeld in twee materieelgroepen, groep I en II
Beide groepen zijn onderverdeeld in categorien. Deze categorien geven weer of een
apparaat inzetbaar is in een atmosfeer met gas, nevel of damp (G) of met stof (D).

Groep I

Mijnbouw

Groep II

Alle andere plaatsen

1

2

Zone 0

(Gas) G

Zone 20

(Stof) D

Zone 1

(gas) G

Zone 21

(Stof) D

Zone 2

(Gas) G

Zone 22

(stof) D

Categorie M

Categorie 1

Categorie 2

Categorie 3

Hoog risico in mijnen

Minder hoog risico in mijnen

machines met een zeer hoog beschermingsniveau

machines met een hoog beschermingsniveau

machines met een normaal beschermingsniveau

Zone 0 of 20 gas of stof voortdurend aanwezig (meer dan 1000 uur per jaar)
Zone 1 of 21 gas of stof waarschijnlijk af en toe aanwezig (tussen 10 en 1000 uur per jaar)
Zone 2 of 22 gas of stof indien aanwezig voor korte duur (minder dan 10 uur per jaar)


materieelgroep II is onderverdeeld in drie gasgroepen, te weten:

IIA oa propaan, butaan kerosine
IIB oa ethyleen, zwavelwaterstof ethylether
IIC oa waterstof, acetyleen, zwavelkoolstof

Er is nog geen onderverdeling voor stof. In de toekomst krijgen we te maken met een nieuwe materieelgroep, te weten materieelgroep III.

IIIA stofdeeltjes met een diameter groter dan 0.5 mm.
IIIB stofdeeltjes met een diameter kleiner dan 0.5 mm.
IIIC elektrisch geleidende stoffen.

Temperatuurklassen

Wanneer een ontsteekbare gas of stofwolk in aanraking komt met een voorwerp met een temperatuur die gelijk of hoger is dan de ontstekingstemperatuur, kan ontsteking plaats vinden.

temperatuurklasse

Maximaal toelaatbare oppervlakte temperatuur

T1

450

T2

300

T3

200

T4

135

T5

100

T6

85

Een voorbeeld van een ATEX markering wordt dan als volgt

II 2 G EEx c IIA T3

IIexplosiegroep II, bovengronds
2apparaatcategorie 2 zone 1
Ggas
EEx cbeschermingswijze c, Bescherming door constructieve veiligheid
IIAgasgroep IIA
T3temperatuurklasse T3

Dalmec levert balancers voor Groep II, (bovengronds) categorie 2 en 3 (machines met een hoog en normaal beschermingsniveau) inzetbaar in een omgeving met stof of gas. De gasgroep is IIA of IIB, de temperatuurklasse T1 tot en met T5.

Voor alle zones geldt een aparte ATEX certificering. Een alleen voor gasexplosie gecertificeerde machine mag niet zomaar in een stofexplosiegevaarlijke omgeving toegepast worden. De certificeringen worden door een Notified Body geregeld. Op alle ATEX gecertificeerde producten wordt kenbaar gemaakt door welke keuringsinstantie het product gecertificeerd is.